Het mbo is in de mode. Ministers zeggen het, werkgevers herhalen het: mbo’ers zijn onmisbaar.
En dat klopt.
Maar wie iets langer luistert, hoort ook een ander geluid. Ouders die hopen dat hun kind een ander advies krijgt dan vmbo. Alsof het geen route is waar je bewust voor kiest, maar iets waar je terechtkomt.
Dat ongemak is interessant. Want het valt samen met een groeiende verwachting van het mbo. We leiden op voor beroepen die er toe doen. Voor een arbeidsmarkt die schreeuwt om vakmensen. Voor een samenleving die steeds meer vraagt van mensen, niet alleen wat ze kunnen, maar ook hoe ze samenwerken, zich aanpassen en blijven leren.
Dat maakt de vraag naar wat nu kwaliteit is ingewikkelder. Want het is maar net aan wie je het vraagt: de student, de inspectie, de docent, de werkgever of de brancheorganisatie. En de vraag is of onze huidige indicatoren dat gesprek wel voldoende voeden.
Diplomarendement en studiesucces geven houvast. Maar ze vertellen niet het hele verhaal. Ze zeggen weinig over de vraag of we het goede doen voor onze studenten en of we hen voorbereiden op een wereld die zelf ook in beweging is.
In gesprekken met collega’s merk ik dat het perspectief verschuift. Minder de vraag of we de norm halen, meer de vraag wat we eigenlijk onder goed onderwijs verstaan.
Referentiewaarden MBO helpt om dat gesprek te voeren. Niet als systeem, maar als taal. Als manier om scherp te krijgen wat we belangrijk vinden, juist op de momenten dat cijfers tekortschieten. Dat is geen overbodige luxe. Want het mbo verandert. Onderwijs wordt meer maatwerk. Verschillen tussen studenten worden zichtbaarder. Technologie, kunstmatige intelligentie, heeft invloed op hoe we leren en werken. Vaste normen alleen volstaan dan niet meer.
De vraag is niet of we minder moeten meten, maar hoe we blijven begrijpen wat kwaliteit is. Misschien ligt de opgave daar. Niet in steeds nieuwe indicatoren, maar in het in de breedte voeren van het gesprek. Over vakmanschap, maar ook over skills en bredere vaardigheden. Over hoe we onze studenten voorbereiden op een toekomst die zich moeilijk laat voorspellen.
Uiteindelijk wil je dat we niet meer denken in hoger of lager, maar in goed opgeleid. In vakmanschap. In mensen die weten wat ze doen.
Dat het met trots gezegd wordt:
‘Dat is een goeie, die is van het mbo’.
En dat vraagt misschien wel maatwerk in hoe we naar kwaliteit kijken. Precies daarom blijft het nodig om dat gesprek te blijven voeren, binnen teams, tussen instellingen, met het bedrijfsleven en in het Kwaliteitsnetwerk MBO.
Marilène Streefland
bestuurslid Kwaliteitsnetwerk mbo




