Collectief geheugenverlies of eigenaarschap en proportioneel toezicht

Collectief geheugenverlies of eigenaarschap en proportioneel toezicht

Wie de tweejaarlijkse rapportage van het Kwaliteitsnetwerk mbo leest, ziet een sector die iets bijzonders heeft opgebouwd. Wat in 2013 begon met audits bij elkaar, is uitgegroeid tot een sectorbrede leer- en ontwikkelgemeenschap. Met Referentiewaarden MBO hebben we inmiddels een gemeenschappelijke taal, een breed gedragen kijk op kwaliteit en een samenhangend instrumentarium van instellingsdialogen, zelfevaluaties, peerreviews en kwaliteitstafels. Dat is geen geringe opbrengst. Maar juist nu begint misschien wel de moeilijkste fase: zorgen dat deze kennis beklijft. De rapportage, die op 8 oktober a.s. op onze jaarlijkse conferentie aan de sector wordt aangeboden, laat zien dat de ontwikkelfase grotendeels achter ons ligt. De referentiewaarden zijn beproefd, herkend en in 2024 door de sector omarmd. De opgave verschuift van ontwikkelen naar verankeren. Dat klinkt als een logische volgende stap, maar het is geen automatisme. Kennis die samen is opgebouwd, blijft alleen levend als iedere nieuwe generatie bestuurders haar opnieuw leert kennen, doorgronden en toepassen.

Daar zit een kwetsbaarheid. In het mbo wisselen bestuurders met regelmaat van positie. Iedere wisseling brengt nieuwe energie en nieuwe perspectieven, maar ook het risico op bestuurlijk geheugenverlies. Dan kunnen referentiewaarden worden gezien als een instrument van de kwaliteitsafdeling of een extra taal naast de eigen strategische koers. Daarmee zouden we precies verliezen wat we de afgelopen jaren hebben gewonnen: een sectoreigen manier om met elkaar te spreken over goed onderwijs.

Referentiewaarden zijn immers geen afvinklijst. Ze verbinden eigenaarschap, dialoog, wendbaarheid, rekenschap en vertrouwen. Ze helpen ons de wezenlijke vraag te stellen: doen we de goede dingen voor onze studenten en hoe weten we dat? Het antwoord ontstaat niet uit cijfers alleen. De rapportage onderstreept terecht dat kwaliteit zichtbaar wordt in de combinatie van meetbare, merkbare en bespreekbare informatie. Data signaleren waar het schuurt. Het gesprek met studenten, teams en werkveld geeft betekenis.  En bestuurlijke keuzes maken verbetering mogelijk.

Daarom kunnen wij als bestuurders de borging van deze kennis niet delegeren. Natuurlijk zijn kwaliteitsadviseurs, ambassadeurs en getrainde begeleiders onmisbare dragers. Maar kwaliteit ontstaat in de lijn. Het is aan ons om de referentiewaarden te verbinden met strategie leiderschapsontwikkeling en de reguliere kwaliteitscyclus. Om bij een bestuurswisseling niet alleen dossiers, financiën en risico’s over te dragen, maar ook de opgebouwde kijk op kwaliteit. En om onszelf en elkaar te blijven scholen, bijvoorbeeld in bestuurstafels, instellingsdialogen en collegiale reviews.

Dat is ook van betekenis voor onze verhouding tot de Inspectie. De ambitie van proportioneel toezicht is terecht: toezicht dat rekening houdt met de kwaliteit van de eigen sturing, de context van de instelling en het aantoonbare vermogen om te leren en te verbeteren. Maar vertrouwen volgt op zichtbaar eigenaarschap. Wie ruimte vraagt, moet kunnen laten zien dat de sector haar eigen kwaliteitsontwikkeling serieus organiseert, dat zij rekenschap aflegt en dat zij niet bij iedere bestuurswisseling opnieuw begint. Proportioneel toezicht is daarmee niet het eindpunt van een discussie over minder toezicht. Het is de mogelijke uitkomst van volwassen zelfregulering. Een sector die een gedeelde taal hanteert, zich kwetsbaar opstelt, van elkaar leert en aantoonbaar handelt naar wat zij ontdekt, maakt een andere vorm van toezicht niet alleen wenselijk, maar ook verantwoord.

De opdracht aan onszelf is dus helder. Laten we van bestuurlijke overdracht ook kennisoverdracht maken. Laten we de referentiewaarden niet alleen onderschrijven, maar gebruiken in de gesprekken waarin richting wordt gegeven en besluiten worden genomen. En laten we elkaar aanspreken op het collectief eigenaarschap en daarmee collectief geheugenverlies voorkomen . De opgebouwde kennis is geen archiefstuk en ook geen bezit van het Kwaliteitsnetwerk. Zij is van ons allemaal. Alleen wanneer wij haar blijven verdiepen en doorgeven, kan zij uitgroeien tot duurzaam sectorkapitaal. En daarom organiseren we vanuit het Kwaliteitsnetwerk ook bestuurderstraining om met en van elkaar te leren en te weten waar we vandaan komen. Doe daar aan mee om bij te dragen aan het behoud van onze gezamenlijke kennis. We zijn het professioneel verplicht aan onze sector.

Arwin Nimis, bestuurslid Kwaliteitsnetwerk mbo
Voorzitter College van Bestuur DCTerra