Kennisdeling, training van auditoren en instellingsaudits.

Teams aan zet met data

| Paulo Moekotte

Scholen worden hoe langer hoe meer verantwoordelijk geacht voor de eigen onderwijskwaliteit. Het zijn vooral docenten die volgens de onderwijsinspectie het verschil maken als het gaat om de prestaties van studenten: zij hebben zicht op prestaties en voortgang en zij meten en analyseren om hun lessen te verbeteren (Inspectie van het Onderwijs, 2017). En die docent is nooit klaar met leren en innoveren. Dat is het afgelopen jaar wel duidelijk geworden door de impact van de coronacrisis.

Slim en doordacht handelen

Crisis of geen crisis, iedere verandering vraagt van docenten om ‘slim om te gaan met data’ of ‘doordacht te digitaliseren'. Docenten worden steeds vaker door omstandigheden uitgedaagd om op het juiste moment de juiste beslissing te nemen. Naast een breed, didactisch handelingsrepertoire en het lerend en onderzoekend vermogen wordt ook datageletterdheid gezien als onderdeel van een ‘theory of improvement’ voor docententeams.

Beperkte aandacht

De ICT-monitor 2019 van Kennisnet (2020) wijst bijvoorbeeld uit dat bijna de helft van de instellingen datagebruik wel als een onderwerp van gesprek ziet maar er strategisch geen aandacht aan schenkt. Er is ook maar een beperkte groep koplopers (6%) die aangeeft voldoende capaciteit, kennis en kunde in huis te hebben.

Tabel 1: Hoeveel kennis heeft het management van datagebruik in het onderwijs (Kennisnet, 2020)

Mate van kennis

2019

We hebben nog weinig zicht op de reikwijdte en mogelijkheden.

40%

We oriënteren ons op de mogelijkheden.

40%

Is geen onderwerp van gesprek.

10%

We maken er goed gebruik van.

4%

Weet ik niet

6%

Ondanks dat veel mbo instellingen een op‑en‑top kernregistratie in huis hebben, dobberen onderwijsteams stuurloos op een groeiend meer van ongestructureerde data. Van bestuurders wordt verwacht achter het bureau met dashboard weg te komen om meer oog te krijgen voor de werkvloer; van teams wordt verwacht de complexe interacties van de werkvloer te leren duiden aan de hand van data. Een interessante paradox. Is het de bedoeling dat de teams die aan zet zijn gaan voor een klassieke verdediging via een Siciliaanse opening?

Schaken op meer dan 64 velden

Wie de Queen’s Gambit via Netflix heeft gezien ‑en van schaken houdt‑ weet hoe belangrijk oefenen is en wat de waarde is van vaste handelingspatronen. Het beeld van de schaakgrootmeester wordt door onderwijsgoeroes vaak opgevoerd in discussies over de waarde van kennis en expertise in het onderwijs. Oefenen en het inslijpen van vaste patronen is waar ook veel beroepsopleidingen hun onderwijskwaliteit aan ophangen. Maar zoals voorzitter Peter van Mulkom in zijn januari column prikkelend stelt: wat als er geen vaste structuren en spelregels zijn?

Wat als we meer met data werken?

Dat is het stadium waarin veel onderwijsteams zich momenteel bevinden als het gaat om datagebruik. Cyclisch en planmatig werken lijkt vandaag de dag net zo gewoon als het consequent bijhouden van de kernregistratie of het pedagogisch dossier. Maar als team data verzamelen en analyseren binnen die cyclus om de praktijk slim te verbeteren of kwetsbare studenten eerder te spotten en beter te begeleiden? Of als team data structureel gebruiken om het eigen functioneren doordacht te veranderen? Dat is een heel andere wedstrijd.

In de coalitie ‘Datagebruik/interpretatie van data’ hebben zich een aantal instellingen verenigd om de mogelijkheden en voordelen van het structurele gebruik van data door onderwijsteams te verkennen en te vertalen naar een voor onderwijsteams bruikbare handreiking. Het is een leerzaam traject waarbinnen we zelf de regels bepalen en waarvan we kunnen niet wachten om de resultaten straks met iedereen te delen.


Paulo Moekotte, Senior beleidsadviseur bij ROC van Twente
Kartrekker van de coalitie ‘Datagebruik/interpretatie van data'.