Kennisdeling, training van auditoren en instellingsaudits.

Onder water kijken

| Wim van de Pol

Niet veel mensen weten het, maar ik ben een fanatieke scuba duiker. Als je met je duikbril en ademautomaat het water ingaat, kom je in een totaal nieuwe wereld terecht. Natuurlijk, je ziet vissen, en het is er nat. Maar je ziet ook dat er een verbinding is met wat je boven water ziet. Je ziet hoe de kustlijn en de koraalriffen eigenlijk in mekaar zitten, je ziet de onderkant van boten die verrassend diep het water in steken, pijlers van bruggen en steigers die veel steviger zijn dan je boven water zou vermoeden. Ik kan er geen genoeg van krijgen, en geen vakantie is compleet zonder dat ik gedoken heb.

Wat meer mensen weten, is dat ik in de Validatiecommissie van het Kwaliteitsnetwerk zit. In die commissie lezen we de rapporten die opgesteld worden naar aanleiding van de audits die de leden van het netwerk bij elkaar uitvoeren, onder extern voorzitterschap en deskundige begeleiding. Als Validatiecommissie doen we niet een inhoudelijke “check” op de rapporten: dat is aan de opstellers en vooral aan de instelling waar de audit is uitgevoerd. Waar we wel naar kijken als we een rapport lezen en vooral als we het bespreken: is dit een evenwichtig en logisch geheel?

Heeft de audit volgens de waarderende methode goed gewerkt? Was de rolverdeling in het team goed? En de voorbereiding? Is de vraag van de instelling beantwoord? En als we een serie rapporten besproken hebben, bespreken we vragen als: klopt de methode van werken nog bij de bedoeling van het kwaliteitsnetwerk? En dat allemaal terwijl we alleen maar de rapporten lezen. Soms zou ik er dieper in willen duiken. Dan zou ik “onder water” willen kijken tijdens zo’n audit (wat natuurlijk niet kan, want het is allemaal al achter de rug). Maar we zien in zo’n auditrapport soms aanwijzingen van wat er “onder water” gebeurd is tijdens de audit. Vaak staat dat wel in verbinding met wat er “boven water” tijdens de audit is gezien en besproken. En steevast zijn het zaken die niet expliciet of uitgebreid in de rapportage terugkomen, omdat ze niet direct relevant zijn voor de gestelde vraag, of omdat ze niet goed onderzocht zijn, of er was geen tijd meer voor, kan van alles zijn.

Ik denk dat datgene dat “onder water” blijft in een auditrapportage soms mooie voorbeelden van onderwijskwaliteit zijn, maar soms ook lelijke problemen. Van beiden kunnen de instellingen om wie het draait, veel leren. Maar ook de collega instellingen, al dan niet via de Validatiecommissie. Vandaar mijn pleidooi om in een auditrapportage altijd een hoofdstuk “out of scope”  bevindingen op te nemen. Dat is als het ware een duikbril voor het auditteam: even een blik onder water werpen, en melden wat je ziet. Maar dan nog zal er veel onder water blijven. En misschien is dat wel goed. Want dan valt er nog iets te ontdekken voor diegenen die er echt diep in willen duiken. 

Wim van de Pol

CvB Noorderpoort / Lid Validatiecommissie Kwaliteitsnetwerk